Oudere golden retriever ligt op een tegelvloer naast antislip hondensokken van Dog Socky

Degeneratieve myelopathie of artrose? Zo zie je het verschil

De achterhand van je hond gaat achteruit. De ene dierenarts noemt artrose, op internet lees je over degeneratieve myelopathie en die twee lijken in het begin sprekend op elkaar. Toch is het verschil groot. Artrose doet pijn en is te behandelen. Degeneratieve myelopathie doet geen pijn en is dat niet. Wat je thuis doet, wat je van de komende maanden mag verwachten en welke hulpmiddelen zin hebben: het hangt allemaal aan die ene vraag.

Hieronder staan de signalen die het onderscheid maken, hoe de dierenarts het vaststelt en wat er wel en niet werkt.

Wat degeneratieve myelopathie is

Degeneratieve myelopathie, meestal afgekort tot DM, is een ziekte van het ruggenmerg. De zenuwbanen die het signaal van de hersenen naar de achterpoten brengen gaan langzaam achteruit. Het bericht komt niet meer aan. De spieren zelf mankeren in het begin niets, de aansturing wel.

De vergelijking die dierenartsen vaak maken is die met ALS bij mensen. Dat klopt in grote lijnen: het is progressief, het begint onderaan en er is geen behandeling die het stopt.

Er zit een erfelijke kant aan. Een mutatie in het SOD1-gen komt bij vrijwel alle DM-honden voor. Het ras dat je het vaakst tegenkomt is de Duitse herder, maar ook de Pembroke Welsh corgi, de boxer, de Rhodesian ridgeback, de Chesapeake Bay retriever en de Berner sennen zitten in de risicogroep. De eerste symptomen komen meestal na het achtste levensjaar.

Het belangrijkste kenmerk voor jou als eigenaar staat in één zin: DM doet geen pijn. Een hond met DM verliest zijn achterhand terwijl hij er niets van voelt.

Artrose en DM naast elkaar

Deze tabel is waar het artikel om draait. Loop hem door met je eigen hond in gedachten.

Artrose Degeneratieve myelopathie
Pijn Ja, dat is de kern Nee, in het hele verloop niet
Begin Vaak beide kanten tegelijk Eén achterpoot eerst, wekenlang scheef
's Ochtends Stijf, loopt eruit na een paar minuten Geen verschil met de rest van de dag
Na een lange wandeling Slechter Onveranderd
Poot omgekruld neerzetten Nee Ja, het meest kenmerkende teken
Slijtage aan de nagels Normaal patroon Bovenkant van de nagels schuurt af
Reactie op pijnstilling Merkbaar beter Geen enkel effect
Verloop Jaren, met goede en slechte weken Gestaag achteruit, zonder goede weken

Twee dingen uit die tabel wegen zwaarder dan de rest: pijn en richting. Een hond die stram opstaat en na tien minuten weer soepel loopt heeft een gewrichtsprobleem. Een hond die elke week een beetje verder achteruitgaat zonder ooit een goede dag te hebben, heeft dat waarschijnlijk niet.

De vier signalen die het meeste verraden

1. De poot komt verkeerd neer

Dit heet knuckling. Je hond zet zijn achterpoot neer met de tenen omgekruld, zodat hij op de bovenkant van zijn poot staat in plaats van op de zool. Hij corrigeert dat niet, want hij voelt niet dat het fout staat.

Je kunt het zelf uitlokken. Draai bij een staande hond voorzichtig één achterpoot om, zodat de bovenkant de vloer raakt. Een gezonde hond zet hem binnen een seconde terug. Een hond met DM laat hem zo staan. Dat is geen bewijs, wel een sterk signaal om mee naar de dierenarts te nemen.

2. De bovenkant van de nagels slijt af

Omdat de poot over de grond sleept in plaats van op te tillen, schuurt de nagel aan de verkeerde kant af. Kijk naar de achternagels en vergelijk ze met de voorste. Zie je een schuine, afgesleten bovenkant of een kale plek op de bovenkant van de teen, dan sleept die poot. Bij artrose gebeurt dat niet.

3. Hij loopt dronken, niet stram

Artrose maakt de gang kort en voorzichtig. DM maakt hem wankel. De achterhand zwabbert, de poten kruisen elkaar soms en bij het draaien zwaait het achterlijf door. Een hond met pijn beweegt beheerst en houdt zich in. Een hond met DM beweegt onbeheerst zonder dat hij zich inhoudt.

4. Pijnstillers doen niets

Dit is het scherpste onderscheid dat je in de praktijk hebt. Schrijft je dierenarts een ontstekingsremmer voor en zie je na een week helemaal geen verschil in hoe je hond opstaat en loopt, dan klopt de diagnose artrose waarschijnlijk niet. Of in elk geval niet volledig. Bespreek dat, want het is precies het soort informatie waar een dierenarts iets aan heeft.

Twijfel je of je hond überhaupt pijn heeft? Honden laten dat nauwelijks horen. In pijn herkennen bij je hond staan de stille signalen op een rij. De vroege tekenen van slijtage vind je in artrose bij honden herkennen.

Hoe de dierenarts het vaststelt

Hier moet je op voorbereid zijn: DM is een uitsluitingsdiagnose. Er bestaat geen test die bij een levende hond zegt "dit is het". De dierenarts sluit eerst alles uit wat er wél op lijkt en behandelbaar is.

  • Neurologisch onderzoek. Reflexen, houdingsreacties en de knuckling-test. Dit vertelt of het probleem in de zenuwen zit of in het gewricht.
  • Beeldvorming. Een MRI of CT om een hernia, een tumor of een vernauwing in het wervelkanaal uit te sluiten. Dit is de belangrijkste stap, want een hernia lijkt op DM en is soms wél te opereren.
  • DNA-test. Die kijkt naar de SOD1-mutatie. Let op de valkuil: heel veel honden dragen die mutatie zonder ooit ziek te worden. Een positieve test bevestigt DM dus niet, een negatieve maakt het wel een stuk onwaarschijnlijker.

Zekerheid krijg je pas na overlijden, via onderzoek van het ruggenmerg. In de praktijk werkt een dierenarts met een sterk vermoeden op basis van het beeld, de leeftijd, het ras en wat er is uitgesloten.

Wat je hond wel vooruithelpt

Er is geen medicijn dat DM stopt of vertraagt. Dat is de vervelende waarheid. Toch is er één ding met echte onderbouwing en dat is beweging.

Onderzoek bij honden met DM laat zien dat dieren die intensief fysiotherapie kregen langer mobiel bleven dan dieren die dat niet kregen. Het gaat dan om gecontroleerde oefeningen, loopbandwerk en vaak hydrotherapie, waarbij het water het gewicht draagt terwijl de spieren doorwerken. Wat zo'n traject inhoudt en kost staat in fysiotherapie voor honden.

Verder helpt dit:

  • Gewicht. Elke kilo minder is minder gewicht dat een verzwakte achterhand moet dragen.
  • Blijven lopen, korter en vaker. Drie keer twintig minuten rustig is beter dan één lange wandeling waarna hij uitgeput is.
  • Een draagband of tuig met handvat. Hiermee neem je een deel van het gewicht over terwijl je hond zelf blijft stappen. Dat laatste is het punt: zelf stappen houdt spiermassa in stand.
  • Een loopwagen. Verderop in het verloop geeft een wagentje veel honden hun wandeling terug. Ze wennen er meestal sneller aan dan eigenaren verwachten.
  • De vloer aanpakken. Een hond die niet voelt waar zijn poten staan, kan een gladde vloer er niet ook nog bij hebben.

Wat sokken hier doen en waar ze ophouden

Wij verkopen grip, dus laten we duidelijk zijn over wat dat hier waard is. DM is geen gripprobleem. Het is een aansturingsprobleem. Een sok verandert niets aan de ziekte en vertraagt hem niet.

Waar ze in de vroege fase wel iets doen: zolang je hond nog kracht heeft en vooral onzeker staat, haalt grip op laminaat of tegels het wegglijden eruit. Dat scheelt schrikmomenten en het scheelt de spieren die hij nog heeft. Onze antislip hondensokken hebben siliconen grip aan de boven- en onderkant, dus ook als de sok een kwartslag draait blijft er grip onder de poot. De maat bepaal je op de breedte van de gespreide pootafdruk via de maatcalculator.

Waar ze ophouden: zodra je hond echt gaat knuckling, sleept hij over de bovenkant van zijn poot. Een sok beschermt die huid een tijdje, maar slijt daar ook snel doorheen. Dat is geen constructiefout, dat is een sok die gebruikt wordt waar hij niet voor gemaakt is. Vraag je dierenarts of fysiotherapeut in dat stadium naar beschermers die speciaal voor slepende poten bedoeld zijn, met een stevige bovenkant.

En als de achterhand het echt niet meer houdt, is geen enkele sok het antwoord. Dan gaat het over een draagband, een wagen en de begeleiding van je dierenarts.

Wanneer het geen DM is en je meteen moet bellen

DM komt sluipend. Gaat het in uren of over één dag mis, dan is er iets anders aan de hand en telt elk uur:

  • De achterpoten vallen plots helemaal uit.
  • Je hond schreeuwt of jankt bij het bewegen of bij aanraking van de rug.
  • Hij verliest van het ene op het andere moment controle over plas of ontlasting.
  • Hij voelt niets meer als je in een teen knijpt.

Dit past bij een hernia of een bloedklonter in het ruggenmerg. Beide zijn tijdsgevoelig en bij beide is snel ingrijpen het verschil. Meer over acute versus geleidelijke uitval staat in hond zakt door zijn achterpoten.

In het kort

Pijn en richting zijn je twee beste meetlatten. Doet het pijn en zijn er goede en slechte dagen, dan kijk je naar de gewrichten. Doet het geen pijn, sleept er een poot en gaat het elke maand een stukje verder, dan hoort de vraag naar DM op tafel bij je dierenarts. Laat een hernia uitsluiten voor je je erbij neerlegt, want dat is de ene mogelijkheid waar nog iets aan te doen valt.

Loopt je hond nog en glijdt hij weg in huis? Doe dan eerst de maatcheck, dan weet je binnen 30 seconden welke maat past.

Veelgestelde vragen

Heeft een hond met degeneratieve myelopathie pijn?

Nee, DM zelf doet geen pijn. Dat is meteen het duidelijkste verschil met artrose. Wel kan een hond met DM daarnaast artrose hebben. Dan is er wel pijn. Ziet je dierenarts beide, dan wordt de pijn behandeld en de DM begeleid.

Hoe snel gaat degeneratieve myelopathie achteruit?

Het tempo verschilt per hond. Meestal zie je binnen zes maanden tot een jaar een duidelijke verslechtering van de achterhand. Daarna verspreidt het zich verder naar voren. Het totale verloop duurt vaak één tot drie jaar. Fysiotherapie kan die tijd rekken, stoppen doet het niets.

Kan ik met een DNA-test weten of mijn hond DM krijgt?

De test toont aan of je hond de SOD1-mutatie draagt, niet of hij ziek wordt. Veel dragers krijgen nooit klachten. De test is nuttig voor fokkers en als steun bij een diagnose, maar hij is geen voorspelling. Bij symptomen blijft neurologisch onderzoek plus beeldvorming de weg.

Terug naar blog